Onze opvattingen en aanpak bij het fokken.
|
![]() |
Geschiedenis van de Golden in de afgelopen 50 jaar De Golden Retriever is in de 19e eeuw ontwikkeld als een jachthondenras, als een apporterende jachthond om precies te zijn. Vervolgens is de Golden in Nederland in de tweede helft van de 20e eeuw geleidelijk uitgegroeid tot een van de meest populaire rassen, als huishond wel te verstaan. Gedurende het laatste decennium van de 20e eeuw was de Golden zelfs het meest populaire ras in Nederland, volgens de opgave door de Raad van Beheer op Kynologisch gebied, de stamboekhouder. Deze populariteit als huishond heeft alles te maken met het fraaie uiterlijk in combinatie met het bijzonder prettige gedrag en karakter waar de Golden om bekend staat. Het is een aanhankelijke, vrolijke en sociaal verdraagzame hond, die snel leert en een sterke "will to please" heeft. Dit karakter en gedrag vloeit rechtstreeks voort uit de werkeigenschappen waarvoor oorspronkelijk werd gefokt. Ditzelfde karakter en gedrag maakt de Golden, raszuiver of gekruist met de Labrador Retriever, ook buitengewoon geschikt om te worden getraind als hulphond of blindengeleidehond. De populariteit als huishond heeft ertoe geleid dat er naast de typische werk-Golden een tweede type Golden is ontstaan, meestal aangeduid als "showlijn". In de tweede helft van de 20e eeuw gingen veel fokkers fokken voor de groeiende groep belangstellenden voor een Golden als huishond. Dit viel dus samen met de groeiende populariteit van de Golden. Deze fokkers gingen en gaan veelvuldig naar hondententoonstellingen, niet alleen om de vereiste exterieurkeuringen en -kwalificaties te verkrijgen, maar ook om naamsbekendheid te krijgen. Aldus zijn de showlijnen ontstaan, waarbij de voorkeuren van fokkers en keurmeesters steeds meer gingen afwijken van het oorspronkelijke type, en dito natuurlijk de honden waar verder mee werd gefokt. Showhonden zijn veelal lichter van kleur, tot zelfs crèmekleurig, in plaats van goudbruin. Ze zijn daarnaast forser van bouw en hebben een breder en ronder hoofd. De rasstandaard van de Golden, voor wat betreft uiterlijke eigenschappen, is ruim genoeg gedefinieerd om deze twee types Golden te kunnen omvatten. De meeste Golden huishonden, zoals je ze nu op straat en op tentoonstellingen kunt zien, zijn dus afkomstig uit deze showlijnen. Het belangrijkste bezwaar van echte showlijnen is dat op tentoonstellingen niet gekeken kan worden naar kwaliteiten qua gedrag en karakter. Hooguit een momentopname, een heel oppervlakkige indruk van de keurmeester. Het kan in de praktijk meevallen met gedrag en karakter van deze honden, maar je kunt het niet objectief vaststellen, want ze zijn er niet op gekeurd. Dat geldt natuurlijk ook voor de pups die uit zulke lijnen worden geboren. Wat de werklijnen betreft: in ons land dus een numerieke minderheid. Fokkers van werklijnen maken naam tijdens werkproeven waarin meestal jachtsituaties worden nagebootst of afzonderlijke jachtkwaliteiten worden beoordeeld (steadiness, vermogen om te kunnen markeren of het wild op te sporen etc.). Dat is toch een andere tak van hondensport waartoe velen zich minder aangetrokken voelen dan b.v. het gebeuren op een hondententoonstelling. Pure showfokkers en pure werkfokkers zijn twee uitersten van een schaal. Daartussenin zijn er ook fokkers die hun best doen om zowel de show- als de werkkwaliteiten tot hun recht te laten komen of, anders gezegd, om show- en werklijnen dichter bij elkaar te brengen.
Perikelen op gebied van fokbeleid en fokkerij Een apart aandachtspunt is de gezondheid, of beter gezegd: de aan- en afwezigheid van erfelijke ziekten en de aanleg daarvoor. Zoals binnen elk hondenras (en ook bij bastaarden) komen bij de Golden Retriever erfelijke ziekten voor, gelukkig relatief niet zo veel, maar toch wel weer zo veel dat je er bij het fokken goed op moet letten. Overigens wordt hierover een totaal vertekend beeld geschetst door een niet nader bij naam te noemen activistenorganisatie die beweert zich op te werpen voor het belang van dieren en hun rechten in het algemeen. Deze lieden schilderen zo ongeveer alle meer bekende hondenrassen, en dus ook de Golden Retriever, af als verdacht en slecht, met een negatief koopadvies. Pure onzin, want tendentieus, bevooroordeeld, gebaseerd op onbetrouwbare gegevensbronnen en onbetrouwbare verwerking van gegevens. De rasvereniging, de Golden Retrieverclub Nederland, de oorspronkelijke rasvereniging, hanteert al sinds jaar en dag een fokbeleid waarin een lijst met gezondheidseisen is opgenomen waaraan Goldens moeten voldoen om er mee te mogen fokken. Daar plukken we binnen ons ras nu nog steeds de vruchten van. Binnen de rasvereniging is in de afgelopen jaren regelmatig een debat gevoerd om de eisen in het Fokbeleid aan te scherpen en dit heeft er uiteindelijk in mei 2011 toe geleid dat de eisen met betrekking tot heupen zijn aangescherpt en dat eisen met betrekking tot ellebogen zijn ingevoerd. Helaas is dit niet altijd voldoende, maar je kunt nooit als vereniging een volledige controle in het leven roepen naar alle mogelijke en vaak zeldzame ziekten die binnen het ras voorkomen. Anderzijds geeft dit natuurlijk wel weer aan zorgvuldige fokkers, die zichzelf méér dan de basale eisen opleggen, de ruimte om zichzelf te profileren. Door zorgvuldig onderzoek te doen naar de aanwezigheid van alle bekende gezondheidsproblemen die voorkomen in de lijnen die je in je kennel gebruikt bij het maken van een fokcombinatie.
Hoe fokken wij bij Tribute to Tweedmouth? Om te beginnen hebben wij een kleine kennel. Onze persoonlijke omstandigheden zijn er niet er naar om met veel honden tegelijk te fokken of veel nesten per jaar te hebben. Wij houden onze honden gewoon in huis. Wij fokken niet alleen gericht op uiterlijk, maar minstens zo gericht op werkeigenschappen en dus op goed karakter en gedrag (zie boven). Verder letten we goed op de gezondheidsaspecten van de fokcombinaties. Daarbij kijken we dus veel verder dan de basiseisen van de GRCN. Omdat wij op zoveel terreinen tegelijk eisen stellen, is het niet bepaald gemakkelijk voor ons om dekreuen te vinden die we goed genoeg vinden binnen onze combinaties. Soms moeten we er ver voor reizen. Wij gaan met onze honden naar tentoonstellingen, maar de meeste tijd met onze honden investeren we toch in het werken. Daar halen we ook werkdiploma's mee. Gewoon ook omdat dat erg leuk is om te doen. Op het veld vliegt de tijd voorbij en van een tentoonstelling kun je dat helaas niet altijd zeggen... Een belangrijke vereiste om goed te kunnen fokken is voor ons ook: kennis van zaken. We hebben relevante cursussen gevolgd en bezoeken congressen. Onmisbaar om op het gebied van bijvoorbeeld erfelijkheidsleer, ziektenleer of gezonde voeding voor honden etc., feiten te kunnen leren onderscheiden van bijgeloof of schijnzekerheden. Theorie alleen is echter niet voldoende. We maken dan ook dankbaar gebruik van onze contacten met andere fokkers die niet alleen zelf goed theoretisch onderlegd zijn, maar ook zeer ervaren en kundig, om ons te laten adviseren. Onze begeleiding van pupkopers We besteden ruim aandacht aan de goede combinatie baas - pup. De omstandigheden van de toekomstige baas zelf spelen een belangrijke rol hij het beantwoorden van de vraag: "welke pup uit dit nest past het beste bij deze man of vrouw of bij dit gezin?" Voorbeeld: er zijn pups waarvan je op voorhand kunt zeggen dat ze het prima kunnen doen binnen een gezin met kleine kinderen en er zijn ook pups waarvan je dat beslist niet kunt zeggen. Al deze dingen krijgen onze aandacht bij onze contacten met onze aspirant-pupkopers. Zowel om de pups een optimale kans op een goed nieuw thuisadres te kunnen geven, alsook om hun nieuwe baasjes zo goed mogelijk te behoeden voor teleurstellingen. Aan de pupkopers geven we voorafgaand aan de overdracht van de pup een bundel met overzichtelijke en duidelijke informatie op divers terrein: over voorbereidingen bij u thuis voordat u de pup ophaalt, over voeding en vachtverzorging, over de opvang, verzorging en opvoeding in de eerste weken, etc. Dan houdt het voor ons ook niet op als de pups eenmaal verkocht zijn. We horen het graag van de pupeigenaar als er vragen of (toch nog) problemen zijn na de verkoop. Zijn er vragen op gebied van voeding of gezondheid? Toch gedragsproblemen? In een vroeg stadium is hier vak nog veel aan te doen. We blijven los daarvan ook graag op de hoogte hoe elke pup zich ontwikkelt. In principe zou het leuk zijn als de pupeigenaar toch eens op zijn minst een of enkele malen een kleine show dicht bij huis loopt met de hond, misschien in een later stadium ook een of meer grotere shows, verder van huis. En wordt er getraind en gewerkt met de pup? Tenzij men al veel ervaring heeft met het opvoeden en evt. trainen van een pup is het bijna onmisbaar om met de pup naar een goede puppytraining te gaan. Dat kan meestal al met een pup vanaf de derde maand. Wij adviseren onze pupkopers om na een pupcursus b.v. de Golden Basis Opleiding te volgen, of een KNJV-training, of een training bij een plaatselijke kynologenvereniging. Niet alleen om karakter en werkeigenschappen, die de pup in aanleg heeft, verder te ontwikkelen maar ook omdat u van een goed opgevoede en liefst ook voor veldwerk getrainde hond veel meer plezier zult beleven dan van een hond die zelf maar zo'n beetje een weg in zijn hondenleventje heeft moeten vinden... Wie nog nooit eerder getraind en gewerkt heeft met zijn Golden weet niet wat hij/zij mist, misschien ziet men er van te voren tegenop, maar dat verdwijnt snel wanneer men er mee is begonnen, zo leert de ervaring. Zeker als pupeigenaren er over denken om zelf in de toekomst te gaan fokken met een pup die ze van ons hebben gekocht, vinden wij het belangrijk dat de hond de nodige gezondheidsonderzoeken ondergaat: heup- en elleboogfoto’s en oogonderzoek, en dat wij over de uitslag geïnformeerd worden. Al deze zaken zijn natuurlijk in de eerste plaats van belang voor onze pupkoper die met een bij ons gekochte pup zelf wil fokken, maar ook voor ons is het prettig als we weten hoe ons nest zich heeft ontwikkeld, dit met het oog op onze verdere fokplannen. En natuurlijk is het ook gewoon leuk om met elkaar in contact te blijven over onze honden. Tenslotte hoort er voor ons ook een gedegen koopcontract bij, zodat er achteraf geen onduidelijkheid of onenigheid hoeft te bestaan over dat waar men recht op heeft en wat men over en weer mag verwachten van hetgeen er gekocht/verkocht is. Bij dit alles, zoals gezegd, hebben wij een kleine kennel, maar u begrijpt nu dat een grote kennel beslist geen betere kennel is alleen op grond van zijn grootte. Algemene overwegingen bij het kopen van een Golden pup Wellicht zoekt u een Golden pup op korte termijn en wilt u verder kijken dan alleen bij Tribute to Tweedmouth. U weet nu in ieder geval waar wij voor staan. Natuurlijk zijn wij niet de enigen die verantwoord fokken, maar wij kunnen aspirant-pupkopers in ieder geval dit adviseren: weet waar u op letten moet, laat u goed voorlichten, stel de juiste vragen, geef uw oren en ogen goed de kost en wees telkens opnieuw kritisch! Koop nooit een Golden pup als impulsaankoop. Laat het niet bij één bezoekje aan een fokker die u "wel iets lijkt". Tenslotte gaat uw Golden gemakkelijk zo'n 10 tot 14 jaar mee mits er geen gekke dingen gebeuren, met al zijn goede maar ook al zijn slechte kwaliteiten. Al die tijd bent u verantwoordelijk voor hem en is hij een huisgenoot/gezinslid voor u. Op de website van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren vindt u onder http://www.licg.nl/foutefokker nuttige en objectieve informatie die (zeker) beginnende liefhebbers van rashonden, dus ook van Goldens, goed op weg kan helpen alvorens een eerste keer een kennismakings- of kijkafspraak te maken met een fokker. Dan nog iets: iedere goede fokker zegt het, maar het kan niet vaak genoeg gezegd worden, dus zeggen wij het ook nog maar eens: de Golden is een intelligente, gevoelige en actieve hond die veel tijd, liefde en aandacht van zijn baasje(s) vraagt en die daar, vinden wij, ook zonder meer recht op heeft. Een Golden Retriever die elke werkdag van pakweg acht uur 's ochtends tot zes uur 's avonds alleen moet blijven is een ongelukkig dier. Zeker als zijn baas na werktijd ook nog te weinig tijd voor hem kan vrijmaken om te wandelen, te spelen, te verzorgen (dat is meer dan voeren en uitlaten alleen!), te werken etc. Niet alleen de hond zal daar onder lijden, maar ook de baas, want de energie die een Golden in zich heeft moet zich toch op een of andere manier kunnen ontladen. Met als gevolg dat de Golden zijn vertier gaat zoeken in bij voorbeeld het vernielen van meubilair, stoffering etc. Of dat hij ander ongewenst gedrag gaat vertonen. Verder mag je niet verwachten van zo'n Golden dat er een goede band tussen hond en baas ontstaat. Net als een kind heeft een Golden opvoeding nodig en dat vereist gewoon tijd, aandacht en minstens enige basale kennis van zaken, kennis die je overigens verder kunt uitbouwen door deel te nemen aan cursussen en trainingen samen met je hond. Overigens verschillen de basisprincipes bij de opvoeding van een hond op een aantal punten essentieel van de opvoeding van een kind, maar dat voert veel te ver om hier in detail te omschrijven. Nog een advies: als u al (vrij) zeker weet dat u een Golden in huis wilt nemen, en ook als u er al een in huis mocht hebben, word dan lid van de Golden Retrieverclub Nederland! (website: www.goldenretrieverclub.nl ) Dit kunt u ook doen zonder dat / voordat u daadwerkelijk een Golden in huis neemt. U krijgt dan zes keer per jaar het Golden Nieuws, een tijdschrift met telkens weer een schat aan informatie over alles op Golden gebied, activiteiten, trainingen, resultaten van tentoonstellingen en werkproeven, contactpersonen etc. Bovendien steunt u hiermee de rasvereniging die op haar beurt weer binnen Nederland de belangen behartigt van onze geliefde Golden Retriever zowel als show-, huis-, als werkhond. Tenslotte voor de beginnende Golden-liefhebber nog een waarschuwend woord over broodfokkerij. Dit is het verschijnsel dat malafide fokkers honden fokken puur voor het geld, om zo veel mogelijk pups per jaar te verkopen. Dit met minimale investeringen in, en een bedenkelijke zorg voor, ouderdieren en nesten. Beter kun je van "vermeerderingsbedrijven" dan van fokkerijen spreken. Zulke praktijken leveren pups op die voor b.v. 200 of 300 euro aangeboden worden via advertenties in kranten of op sommige internetsites waarop van alles en nog wat (en dus ook honden) te koop wordt aangeboden. Soms zijn het pups die als "nestrestant" elders zijn opgekocht. Dat er vaak nog wel een stamboom bij geleverd wordt doet weinig ter zake, want kent u soms de kwaliteiten van de ouderhonden en hun voorouders? Een stamboom betekent alleen maar dat het om een rashond gaat, dus dat de (voor-)ouders geregistreerd staan als honden van het zelfde ras. Wie dit allemaal goed heeft begrepen, zal ook begrijpen dat je als pupkoper grote risico's op narigheid loopt als je bij een broodfokker een pup koopt. Als er achteraf iets niet in orde is dan heb je doorgaans geen verhaal. Hier geldt, meer dan waar ook: goedkoop is duurkoop! Als je alleen naar het uiterlijk kijkt, dan kun je nog stellen dat een hond die u mooi vindt en die u daarom hebt gekocht gewoon (voor u) een mooie hond is. Maar een paar onverhoopte bezoeken aan uw dierenarts met uw erfelijk zieke hond en hup, uw besparing is verdampt. Of u merkt na een tijdje dat u een gedragsgestoorde hond hebt gekocht, en een hondengedragstherapeut is ook al niet goedkoop. Als gedragstherapie al helpt... Door de maatschappelijke aandacht voor misstanden in de fokkerij zijn intussen de Raad van Beheer en het Ministerie van Economische Zalen in actie gekomen om misstanden in het fokken van honden tegen te gaan. In 2014 is de Wet dieren van kracht geworden, die het voormalige Honden- en kattenbesluit uit 1999 vervangt. Daardoor zullen fokkers aan strengere regels en toezicht worden onderworpen. De Wet dieren is echter een kaderwet die nu (2015) nog verder moet worden “aangekleed” met Algemene Maatregelen van Bestuur (regels die door ambtenaren worden bedacht zonder tussenkomst van Tweede en Eerste Kamer). Hoe het eindresultaat er over een paar jaar zal uitzien is nog onduidelijk. Wij zijn op voorhand sceptisch over de effectiviteit van al deze nieuwe regelgeving die over ons als fokkers wordt uitgestort. De status van kleine en kwalitatief goede hobbymatige fokkers is nog niet goed geborgd bij de stand van zaken anno 2015. Dat hiermee de stroom van kwalitatief slechte rashonden en look-alikes uit met name de voormalige Oostbloklanden hiermee een halt wordt toegeroepen moeten we nog zien. Verheugend voor ons is wel dat wij eigenlijk vanaf het begin van onze kennel altijd te werk zijn gegaan in de geest van de nieuwe en strengere wet- en regelgeving. Dat omvat onder andere onze koopcontracten en de voorlichting die wij geven, nog los van de gezondheids- en welzijnseisen die wij sinds jaar en dag hanteren. Over goudkleurige en "blonde" Goldens. Opmerkelijk is dat er door de jaren heen verschuivingen zijn geweest in de waardering van de vachtkleur van de Golden Retriever. Naast de oorspronkelijke echt goudkleurige Golden is een "blonde" (cremekleurige) variant ontstaan en daarnaast veel tussentinten. Eigenlijk gaat het om een modeverschijnsel en is het in de loop van de tijd aan veranderingen onderhevig. De rasstandaard van de Golden Retriever staat overigens vrij ruime variaties in vachtkleur toe.
Als het mogelijk is proberen we fokcombinaties zó te maken dat we veel goudkleurige pups krijgen. Maar dat is lang niet altijd mogelijk. We kijken immers niet alleen naar kleur. We hanteren een breed eisenpakket bij het maken van een fokcombinatie. Hoe breder het eisenpakket, hoe beperkter de keuzemogelijkheden om een fokcombinatie te maken. Vanzelfsprekend laten we andere, belangrijkere eisen (b.v. met betrekking tot gezondheid of karakter/werkeigenschappen) zwaarder wegen dan een smaak- en mode-afhankelijke voorkeur voor een vachtkleur. Is dat erg? Nee. Een lichte Golden is trouwens beslist niet een minder mooie of goede hond dan een oorspronkelijke goudkleurige Golden. Wij verwachten ook niet nu en in de toekomst alleen maar donkere pups te fokken. Maar we vinden het anderzijds wel leuk om binnen ons ras, indien mogelijk, een (bescheiden) bijdrage te leveren aan "back to basics". Om even een mogelijk misverstand uit de weg te ruimen: een goudkleurige Golden is niet automatisch wegens zijn kleur een goede werkhond. Ook kan een blonde Golden een uitstekende werkhond zijn. Vachtkleur en werkeigenschappen zijn zaken die onafhankelijk van elkaar overerven. Wel is het zo dat fokkers van werklijnen meestal het oorspronkelijke type Golden Retriever fokken, dus met een donkere vacht. Daarbij betekent een donkere vachtkleur in bos en veld een betere camouflage dan een lichte kleur, wat van voordeel kan zijn bij de praktijkjacht. Het probleem van meer rasverenigingen voor één ras. In 2015 is er een tweede rasvereniging in Nederland opgericht (en intussen door de RvB erkend) voor de Golden Retriever: de Golden Retrieververeniging (GRV). Deze vereniging is opgericht door met name een aantal leden binnen de vanouds bestaande Golden Retrieverclub Nederland (GRCN), die zich niet konden verenigen met de aanscherping van eisen in het Fokreglement van de GRCN. Aanscherpingen die zijn ingevoerd door de GRCN, deels door het beschikbaar komen van nieuwe DNA-testen, deels als reactie op de publiciteit in de media over soms wel en soms niet vermeende misstanden binnen de rashondenfokkerij in het algemeen. Wij betreuren dat de genoemde initiatiefnemers van de GRV niet de weg gekozen hebben die binnen de GRCN aangewezen was om een discussie, resp. een aangepaste democratische besluitvorming, over dit fokreglement op gang te brengen, namelijk om hiervoor een Algemene Ledenvergadering te laten uitroepen. De statuten van de GRCN bieden daartoe uitdrukkelijk de ruimte. Een gemiste kans voor de genoemde initiatiefnemers. Wat is het resultaat? Zonder hier een waardeoordeel over de ene, dan wel de andere rasvereniging uit te spreken, denken wij dat het voor pupkopers een bron is van onduidelijkheid bij welke rasvereniging ze aansluiting moeten zoeken, b.v. voor advisering of informering. Het naast elkaar bestaan van verschillende fokreglementen voor één ras schept onduidelijkheid. Voor het hele ras betekent het een polarisatie en verharding van standpunten van verschillende groepen van fokkers. En verder is het een algemeen bekend feit dat welke vereniging dan ook voor haar voortbestaan afhankelijk is van een (meestal) erg klein aantal vrijwilligers, actieve leden, waaraan altijd een gebrek is, zodat teveel werk door te weinig mensen moet worden gedaan. Het werk binnen een vereniging wordt er niet evenredig minder door als een deel van de leden zich afsplitst. Dito geldt dat binnen zo’n nieuwe vereniging vanaf het begin erg veel werk moet worden gedaan door te weinig mensen. Het totale aantal mensen binnen één land dat lid wil zijn van een rasvereniging van een bepaald ras neemt niet plotseling fors toe als er een tweede rasvereniging van dat ras bij komt. Per saldo verdubbelt echter wél ineens het werk dat landelijk door een zelfde aantal actieve vrijwilligers moet worden gedaan binnen twee verenigingen (als de tweede vereniging zich op hetzelfde kwaliteitsniveau wil ontwikkelen als de eerste). Binnen andere hondenrassen hebben we deze ontwikkeling jaren geleden al gezien. En na één afsplitsing houdt het niet altijd op. Voorbeeld: voor de Labrador Retriever bestaan er in Nederland al drie rasverenigingen… De verschillende rasverenigingen in Nederland hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het in stand houden en/of verbeteren van de (kwaliteiten, gezondheid en welzijn van de) verschillende hondenrassen. En het plezier, het geluk en de voldoening van de pupkopers. Als actieve bestuurs- en commissieleden en andere vrijwilligers van die verenigingen dreigen te bezwijken onder de werkdruk, dan is dat een directe bedreiging voor dat ras en indirect van de belangen van de pupkopers van zo’n ras. Hoewel wij niet blindelings en klakkeloos achter elke nieuwe fokregel van de GRCN aanlopen en deze toejuichen, voelen we ons van oudsher toch het meest verbonden met de GRCN en houden wij de GRCN in ere. |
|
Voor meer informatie:
Jan en Veronique Hulshof-Budde, Wolfheze
tel. 026 482 1113

De meeste fokkers ervaren, evenals wij zelf, dat het merendeel van de pupkopers in de eerste plaats een fijne en gezonde huishond zoekt en niet zozeer een hond om mee naar tentoonstellingen te gaan, om mee te gaan werken of om zelf mee te gaan fokken. Hoewel een aantal van hen, gedreven door het enthousiasme en het voorbeeld van de fokker (i.c. van ons), vervolgens toch besluiten om iets meer met hun Golden te gaan doen, met name dus werken. Iets wat ze als een verrijking van hun leven gaan beschouwen!
Zo’n dertig jaar geleden zag je in Nederland nog nauwelijks blonde Goldens, ze hadden eigenlijk allemaal de oorspronkelijke donkere Golden kleur. Onze Chérie is binnen onze kennel de meest uitgesproken vertegenwoordigster van dit type. Zie haar foto’s elders op de site. Wij zijn zelf op den duur de wat donkerder vachtkleur extra gaan waarderen. Met ons trouwens een groeiend aantal Golden-liefhebbers. Bovenstaande foto van een kampioensclubmatch van de GRCN is al weer een paar jaar oud. Op shows zie je ook geleidelijk steeds meer donkerder Goldens terugkeren.